Zwartbekgrondel

Het zou zo maar kunnen dat er tijdens de slootjesdagen niet alleen stekelbaarsjes zijn gevangen, maar dat er ook zwartbekgrondels in de netten zaten, een relatief nieuwe soort in de Nederlandse wateren. Ik hoorde namelijk van Mans Vos, beroepsvisser op het Zuidlaardermeer, dat er in het westen vissers zijn die wel 100 kilo van die beestjes in hun fuik aantreffen. Hier in het noorden valt het aantal tot nu toe nog wel mee. Voor de binnenvissers daar in het westen is het een ramp, want de zwartbekgrondel heeft als bodembewoner geen zwemblaas en zakt in de fuik naar beneden. Die is dan niet meer te tillen, scheurt en bovendien is de commerciële waarde van die visjes nul: we weten niet wat we ermee moeten.

Waarschijnlijk zijn zwartbekgrondels samen met nog enkele andere grondelssoorten en o.a. de roofblei uit het gebied rond de Kaspische Zee via het Rijn-Main-Donaukanaal en de Rijn ons land ingezwommen. Daarbij moeten ze door 16 sluizen zijn geschut om de waterscheiding tussen Rijn en Donau te kunnen overwinnen. Na ruim dertig jaar graven is het kanaal in 1992 geopend en vormt nu de Oost-Westverbinding tussen de stroomgebieden van die belangrijke vaarwegen.

De zwartbekgrondel overleeft zowel in zoet als in zout water en kan zo’n 25 cm groot worden. Het is een gedrongen visje en heeft helemaal geen zwarte bek maar een zwarte vlek op de eerste rugvin. Wel is het mannetje tijdens de voortplantingstijd grotendeels zwart, wat gele vlekken op de zijkanten daargelaten. Tussen april en september zet het vrouwtje vijf of zes keer eitjes af, liefst op een stenige bodem. Stenen oevers van gekanaliseerde rivieren vormen ideale paaiplaatsen.Wanneer de omstandigheden optimaal zijn presteren de dames het om elke 18 tot 20 dagen te paaien! Mannetjes bewaken het nest en gaan vaak dood als de eieren uitgekomen zijn. Hun taak is voltooid. Jonkies leven bij voorkeur op een modderige of zandige bodem waar ze met andere bodembewoners als bermpje, pos en de beschermde rivierdonderpad concurreren om voedsel: slakken, vlokreeftjes etc.. Door de overweldigende meerderheid aan grondels verliezen de andere visjes over het algemeen deze strijd en worden zo uit hun leefgebied verdrongen. Bovendien eten volwassen grondels ook nog eens graag viseieren. De roofblei daarentegen is een oppervlaktevis waarop je kunt vliegvissen, leuk dus voor de sportvissers. Over hem wordt (nog) niet geklaagd.

De zwartbekgrondel komt dus van nature niet ons land voor, blijkt funest voor zijn nieuwe leefomgeving en, niet onbelangrijk, hij is ook schadelijk voor de economie. Daarom is het een zogeheten invasieve exoot, een ongewenste gast die moet worden bestreden. Aalscholvers schijnen er veel te vangen. Maar je zou ook roofvissen als snoek of snoekbaars kunnen inzetten. Snoekbaars is trouwens volgens de hedendaagse normen ook een exoot, want na 1500 door menselijk toedoen in ons land geïntroduceerd. Een heel lekkere vis die eind 19de eeuw op verzoek van vissers is uitgezet, maar nu niet meer uit onze wateren weg te denken is.

Toen ik het met mijn huisbioloog over de opmars van de zwartbekgrondel had, opperde hij dat je er vismeel van zou kunnen maken. Geen gek idee. Immers een groot deel van het voer in de kippen- en varkensindustrie bestaat uit vismeel en de voeding van vissen in viskwekerijen ook. Voor één kilo vismeel is vier tot vijf kilo uit het wild gevangen vis nodig. Zo kan die 100 kilo uit de fuik hierboven ruim 20 kilo vismeel opleveren. Vissers op het IJsselmeer klagen over het feit dat er soms wel 1000 kilo zwartkopgrondel in hun netten zit, dus…

Kroepoek kun je ook van vismeel maken.

Ik ben het helemaal eens met de uitspraak: If you can’t beat them, eat them! Opeten die hap. Dat doen ze in elk geval in de streek waar de zwartbekgrondel vandaan komt. Hij wordt daar gezouten, gedroogd en bij een biertje opgeknabbeld.

Je kunt hem ook frituren, las ik op Internet. Daarvoor per persoon vier tot vijf vissen goed schoonmaken, ontschubben, kop er af snijden en in heet frituurvet gaar bakken. Serveren met eigengemaakte mayonaise.

Mayonaise (basisrecept)

1 eidooier

1 flinke theelepel mosterd

100 cc olijfolie

100 cc zonnebloemolie

(alles op kamertemperatuur)

peper en zout naar behoefte

jampotje, goed schoongemaakt

Doe de eidooier in het jampotje, daarop de mosterd. Zet er de mixer op, giet er zodra dooier en mosterd gemengd zijn, beetje bij beetje olie bij. Het gaat ‘vanzelf’ binden.

Wanneer het niet lukt, begin dan in een ander potje van voor af aan en giet zodra de mayonaise vorm krijgt de mislukte brij erbij. Zout en peper als laatste toevoegen.

Om de mayonaise wat frisser te maken, kun je 1 of 2 eetlepels wijnazijn toevoegen, 1 eetlepel citroensap of frambozenazijn.

Eet smakelijk!