Wolhandkrab

Mitten crab heet deze exoot in Groot Brittannië , daar heeft hij wanten aan, bij ons zijn zijn handen wollig. Begin vorige eeuw is de wolhandkrab hierheen gekomen. Het is de enige krab die in ons zoet water voorkomt. In 1912 voor het eerst gesignaleerd in Duitsland loopt hij al gauw ook overal in ons land rond. Hij woont in zelf gegraven holletjes in oevers en dijken, die hij op die manier ondermijnt. In een Engelse krant, the Daily Mail, stond een paar jaar geleden een oproep om deze plaag op te eten. De krabben zouden de oevers van de Theems ondergraven. Bovendien knippen ze fuiken en netten van vissers kapot. Maar tegenwoordig hebben veel binnenvissers zich toegelegd op het vangen van wolhandkrab in de periode dat er niet op paling gevist mag worden. Want in China is het dier een delicatesse. Verleden jaar werd er 7500 kilo naar Hong Kong geëxporteerd. In een aflevering van de Wilde Keuken van Wouter Klootwijk werd getoond hoe ze daar levend en wel in voedselautomaten te koop worden aangeboden.

Het rugschild van de Chinese wolhandkrab is vierkant. De punten van de scharen zijn wit en de ‘handen’ viltig behaard. Op die haren zitten tast- en reukorganen, waarmee ze prooien in de modder kunnen opsporen. Erg kieskeurig zijn ze niet, ze eten alles wat ze tegenkomen.

Om het geslacht van krabben te bepalen, moet je de onderkant bekijken: mannetjes hebben een smal ‘klepje’ in de vorm van een omgekeerde T. Vrouwtjes hebben een grote driehoekvormige klep, waar in het broedseizoen de eieren achter zitten. (Noordzeekrab sexen was een geliefd tijdverdrijf van onze kinderen in de havens langs de Waddenzee. Elke gevangen krab werd bekeken, mannetjes gingen in de ene emmer, vrouwtjes in de andere. Uiteindelijk werd de hele zooi weer terug in het water gezet.)

In september, oktober trekken de krabben met zijn allen richting zout of brak water om te paren. Hier in Noordlaren gaan ze via de kortste weg vanuit het Zuidlaardermeer richting Drentse Aa. Soms lopen ze daarbij dwars door de keuken van een huis dat kennelijk op hun route staat! De heren gaan voor. Vrouwtjes komen pas later op de paaiplek aan, misschien omdat ze langzamer lopen, maar het kan ook zijn dat ze gewoon later vertrekken. Ze leggen enorme afstanden af, tot wel 18 km per dag. In het voorjaar trekt jong spul de rivieren op, tot duizenden kilometers landinwaarts.

Soms zie je Chinezen met gevaar voor eigen leven midden in de nacht de trekkende krabben van de straat plukken. Een van hen gaf me dit recept:

Borrelhap van wolhand krab

wolhandkrabben

meng voor een dipsaus olie, ketjap en chilisaus naar smaak

Breng in een ruime pan water aan de kook. Gooi daar de krabben in, niet teveel tegelijk dan koelt het water te snel af. Ze zijn gaar zodra ze roodbruin verkleurd zijn.

Je kunt nu de scharen afbreken, in het sausje dippen en uitzuigen.

Knip het rugschild door en schep het witte vlees eruit. (Het bruine vlees is ook lekker, sterker van smaak, maar kan dioxines en PCB’s bevatten. Deze zijn in het witte vlees verwaarloosbaar.) Meng dat met de volgende saus.

Chilisaus

2 theelepels olie

1 teentje knoflook, gekneusd

1 verse chilipeper, zaadjes verwijderd en fijn gesnipperd

2 eetlepels tomaten ketchup

2 eetlepels zoete sojasaus (manis)

2 eetlepels azijn

1 theelepel suiker

Fruit de knoflook op een laag pitje glazig en gaar in de olie. Voeg de rest van de ingrediënten toe en laat even opkoken. Kan zowel warm als koud worden gebruikt.

‘Lekker bij biertje!’

PS Visser Mans Vos vertelde me dat er dit jaar niet erg veel wolhandkrab in het Zuidlaardermeer zit, maar in het IJsselmeer des te meer.