Waterkonijn

Muskusrat, Bisamrat en Waterkonijn

Drie namen voor een en hetzelfde dier dat hier nog niet zo heel lang rondzwerft, zwemt en vooral graaft.

Muskusratten zijn door een Tsjechische graaf vanuit Alaska mee naar huis genomen zou hebben om ze op eigen terrein leuk te bejagen. Begin vorige eeuw was dat. Vanuit zijn landgoed zijn ze geheel zelfstandig op pad gegaan en hebben zich vermenigvuldigd als konijnen. Na een draag tijd van een week of vijf werpt het vrouwtje ongeveer vier keer per seizoen. Per worp krijgt ze zes tot acht jongen. Dus als het een beetje mee zit produceert ze jaarlijks een nakomeling of dertig. Haar dochters zijn al na zes maanden geslachtsrijp en op hun beurt hoogst productief.

Bisamratten zijn snoezige beestjes, 30 tot 35 cm lang, ongeveer een kilo zwaar, heel aaibaar, lekker zacht vachtje, maar met vlijmscherpe knaagtanden. In de bontindustrie spreekt men ze aan met bisam. Mijn schoonmoeder had er een bontjas van. Zo’n 120 rugvelletjes waren er voor nodig. Het buikvel is van mindere kwaliteit, zachter. Toen je het niet meer kon maken een tweedehands jas te dragen is een groot aantal van de kooien waarin de bisamratten gefokt werden opengezet.

Al die dieren voelen zich hier nu prima thuis. Ze leven namelijk overal waar water is en bouwen hun nest in de walkant, dijken en kades. De ingang van die nesten ligt onder water, verschillende tunnels (pijpen) voeren naar kamers die boven de waterspiegel liggen. Een nest wordt regelmatig uitgebreid om het talrijke nageslacht te kunnen herbergen. Op die manier boort een muskusrat probleemloos door een kade van vier meter breed en kan al doende wel een kubieke meter aarde per jaar verplaatsen: verzakkingen in wegen en instabiliteit van dijken zijn het gevolg. Dus moet de muskusrattenstand worden beheerd.

In de winter gaat dat redelijk makkelijk, de dieren verkassen dan naar hutten van een halve tot een meter hoog. Bovenin hebben ze een warme plek ingericht om de kou te trotseren. Bovendien laten ze onder het ijs een spoor van luchtbellen achter, zodat het eenvoudig te zien is waar ze heen zwemmen. Tijdens de laatste vorstperiode van dit jaar hebben medewerkers van waterschap Hunze en Aa’s zo ruim 450 muskusratten kunnen vangen. Straks in het voorjaar gaan de jonkies op zoek naar een eigen territorium en kunnen de rattenvangers ze op hun route grijpen. Vanaf april hebben de dieren een vaste plek gecreëerd. Later, in de herfst, gaan ze weer op pad naar hun winterverblijf. In Drenthe zijn er verleden jaar 4.861 van die beesten gevangen en in Groningen 40.584.

Waterkonijn stond in België tot niet zo heel lang geleden op menig menukaart. Tegenwoordig mag dat niet meer omdat de keuringseisen aangescherpt zijn. Jammer, want het vlees is heel lekker, zonde om dat te vernietigen. Op Internet kun je er recepten voor vinden. Ook worden bereidingswijzen gegeven in ‘Rat Culinair’. Dat is de kookrubriek van het tijdschrift Muskusrat en Beheer`, het eigen orgaan van de personeelsbelangenvereniging van onze beroepsrijksrattenvangers.

Ik maakte het waterkonijn op dezelfde wijze als mijn moeder vroeger konijn bereidde, met donker bier.

Leg de dieren om te beginnen altijd een paar dagen in de vriezer om eventuele parasieten te doden. Vervolgens kunnen ze gevild en schoongemaakt. Het villen gaat heel makkelijk, na een snee over de buik, is het vel er vrijwel moeiteloos af te halen. Hier thuis liggen nu heel wat velletjes in de diepvries. We zijn van plan er wanten van te maken! Haal dan de buikholte zorgvuldig leeg, waarbij vooral de geurklieren bij de staart en het vet in de ‘oksels’ secuur moeten worden verwijderd. De rattenvanger wil dat wel voor je doen, maar mijn huisbioloog doet zoiets graag. Snij dan de rest in drie stukken: kop, boven- en onderlijf. Leg ze een paar uur in gezouten water, dat maakt het vlees zachter en onttrekt wat bloed.

Waterkonijn met bier

4 muskusratten, schoon en de stukken goed gedroogd

1 eetlepel olie

50 g boter

50 g gerookt spek, in blokjes

1 ui, grofgehakt

1 teentje knoflook, doormidden gesneden

25 g peterselie

25 g selderij

1 takje roosmarijn

1 plak ontbijtkoek of 1 eetlepel koekkruiden of1 eetlepel kaneel

1 flesje oud bruin

peper en zout naar smaak

bouillon

Verhit de olie met de boter en bak daarin de spekjes uit. Haal ze uit de pan en braad in het vet de stukken vlees rondom bruin. Leg ze bij de spekjes en fruit ui, knoflook, peterselie

selderij en roosmarijn aan in het achtergebleven vet. Roer er de koek(kruiden) door en leg de stukken vlees terug. Draai het vuur hoog en giet langzaam het bier in de pan, zodat alles zo vlug mogelijk aan de kook komt. Voeg zout en peper toe. Het vlees moet onder staan, zo niet, doe er dan wat bouillon bij. Laat dit toegedekt een kleine 2 uur stoven. We aten er rijst bij, zoetzuur van kweepeer en sla.

Het was heerlijk! Een beetje zoeterig, heel donker vlees. We hadden twee biologen, Arike en Theo, uitgenodigd en zij smulden, aten met handen en voeten, probeerden de skeletjes te reconstrueren: “Mag ik van jou een bovenbeen?”. Ze verbaasden zich over de vorm van het bekken, de lengte en scherpte van de snijtanden. Aan de kop zit trouwens heel veel vlees, die beesten hebben machtige kauwspieren!

Hanneke Videler

PS Bij de waterschappen kun je het telefoonnummer opvragen van rattenvangers die muskusratten leveren, panklaar of helemaal heel.