Wasbeer

Ze naderen vanuit het oosten, de wasbeertjes met hun schattige boeventronie en schitterend geringde staart. Het zijn geen echte beren, maar zogeheten ‘kleine beren’. Ze horen bij de familie van de wasbeerachtigen en hun wetenschappelijke naam is Procyon lotor. (Bijna naamgenoot de wasbeerhond is zoals zijn naam al zegt een hondachtige.)

Een wasbeer heeft een kop-romplengte van 60 tot 100 cm inclusief staart van 20 cm, een schouderhoogte van ongeveer 30 cm en weegt rond de zes kilo. Hij heeft een uitstekend gehoor en een buitengewoon scherpe reukzin, zien kan hij niet zo goed. Omdat hij slecht ziet is hij afhankelijk van zijn tastvermogen.    Het spoor dat zijn voorpoten achterlaat in de modder is makkelijk te duiden: het lijkt wel de afdruk van een kinderhandje.

Meestal leven de dieren solitair, soms in kleine familiegroepen. Over het algemeen zijn ze ’s nachts actief. Dan gaan ze op zoek naar voedsel en dat kan van alles zijn: wormen, rivierkreeften, kikkers, vogeleieren, enzovoort. Ze lusten ook appels, aardappels, eikels, granen… In feite eten ze alles wat ze zoal tegenkomen tot aan slangen en eetbaar afval aan toe, het zijn geen jagers. Er zijn mensen die denken dat ze met hun voorpoten met snelle beweginkjes hun buit aftasten om er achter te komen wat ze in handen hebben. Anderen zijn van mening dat ze hun voedsel wassen om gif en andere oneetbare delen te verwijderen.

Wasberen komen uit Noord- en Midden Amerika. Hier werden ze gehouden in pelsfokkerijen. Vooral in de twintiger jaren van de vorige eeuw waren jassen van het langharige wasbeerbont in de mode, voor mannen dan. En toen Walt Disney een film over Davy Crockett had uitgebracht wilde iedere zichzelf respecterende jongen zo’n stoere muts van wasbeerhond, liefst een echte met kop en staart! Tegenwoordig zijn ‘tweede hands jassen’ uit, maar jacks met een bontkraag zijn weer helemaal in bij de jeugd. (En soms is dat echt bont, wasbeerbont.  Bekende Nederlanders die bont dragen kunnen de kwalificatie ‘Dom Bontje’ krijgen. Sinds 2004 wordt deze titel jaarlijks uitgereikt.)

Uit die pelsfokkerijen zijn jaren geleden dieren ontsnapt. En in de dertiger jaren zette een jachtopziener wasberen uit in Hessen, Midden Duitsland, ‘om de natuur te verrijken’. De populatie groeit, heeft dus meer ruimte nodig en staat nu aan onze grenzen. Grotere aantallen wasbeertjes vormen al gauw een plaag. De dieren halen vuilnisbakken leeg, ploegen in tuinen borders om en komen door het kattenluik huizen binnen om het kattenvoer te verorberen, keukenkastjes te doorzoeken, er een ravage aan te richten. Ze zijn dragers van verschillende wormen waar ze zelf geen last van hebben: de vossenlintworm (Echinococcus multilocularis), een gevaarlijke rondworm (Trichinella spiralis) en de wasberenspoelworm (Baylisascaris procyonis). Die wormen worden verspreid door eitjes in de ontlasting. De larven van de vossenlintworm kunnen de lever ernstig beschadigen; die van de rondworm veroorzaken in ernstigste gevallen hart- en ademhalingsproblemen en die van de spoelworm kunnen op hun beurt door de darmwand heendringen en vandaaruit allerlei plekken in het lichaam aantasten tot de hersenen aan toe.

De wasbeer staat op de Unielijst, de EU-lijst van invasieve soorten. Dat houdt in dat er maatregelen getroffen moeten worden om ‘de populatie van de betrokken soort volledig en permanent te verwijderen’. Maar ‘Als een soort die op de Unielijst staat al wijdverspreid is in een Lidstaat moeten er beheersmaatregelen worden vastgesteld die de gevolgen van de aanwezigheid van een soort tot een minimum moeten beperken’. Het is voor iedereen verboden de dieren op de lijst te houden, te fokken, te verkopen of in te voeren. Je mag deze schattige exoot dus niet als huisdier houden. (In America is dat wel toegestaan, kijk maar eens naar de filmpjes van die mormels op YouTube.) Geleerden kunnen het maar niet eens worden over de aanpak van wasbeertjes. Sommigen vinden dat ze alleen geweerd moeten worden van eilanden, omdat ze daar de soortenrijkdom kunnen aantasten door bijvoorbeeld jonge vogels weg te vangen, anderen zijn van mening dat de wasberen geen gevaar vormen voor ‘ons’ ecosysteem.

Mochten wasbeertjes oprukken naar onze omgeving en de boel op stelten zetten, dan zou je ze kunnen verdrijven met een huisgemaakt afweermiddeltje. Meng daarvoor een kwart flesje tabasco, met een liter water en een scheutje vloeibaar afwasmiddel. Sproei dit mengsel over planten en andere plekken waar de dieren komen. (Fruit en groenten goed spoelen vóór eigen gebruik.)

In de Verenigde Staten worden wasbeertjes gebarbecued. Tegen de tijd dat ze hier te krijgen zijn geef ik er wel een recept voor!