Vos

‘Vossen worden niet gegeten omdat ze stinken en het vlees niet lekker is.’ Ik vroeg de faunadeskundige van de Koninklijke Jagers Vereniging waarom vossen niet geschikt zijn voor consumptie. Zijn antwoord was voor mij niet echt bevredigend. Een bevriende jager voerde aan dat de vos vol parasieten zit en dat je immers ook geen hond eet. Maar tijdens een reis naar Indonesië hadden we wél hond gegeten. We kregen daar een soort soep voorgezet en ‘saté anjing’, hondensaté. Ik vond het taai, niet zo smakelijk, maar mijn teerbeminde was er erg over te spreken, vond het heerlijk.

Vossen verspreiden allerlei ziektes: rabiës, hondsdolheid is er een van. Je kunt hondsdolheid echter alleen oplopen wanneer je door een besmet dier gebeten, gekrabd of gelikt wordt, niet door het vlees te eten. Rabiës komt in Nederland niet meer voor, hoewel soms besmette vossen vanuit Duitsland de grens over komen. Hondsdolheid is dodelijk, ook voor een vos.

De twee tot zes millimeter kleine vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) is een veel groter probleem. Honden en katten kunnen ermee besmet raken door het eten van aangetast vlees, dat ze in de natuur vinden. De wildplukkers en moestuiniers onder ons kunnen eitjes van die lintworm binnenkrijgen, wanneer ze snoepen van ongewassen, rauwe bosvruchten, wilde paddenstoelen, groenten en valfruit. De lintwormeitjes komen er via ontlasting op terecht. Ze overleven bevriezing, maar kunnen niet tegen verhitting tot boven de 60˚C.

Ook veldbiologen en andere buitenmensen lopen kans op besmetting.

Die eitjes van de lintworm komen via de maag van een ‘tussengastheer’, vaak zijn dat muizen, terecht in diens dunne darm. Daar ontwikkelt zich het eerste larvestadium, dat de darmwand doorboort en via de bloedbaan in een orgaan terechtkomt. Meestal is dat de lever, maar de larve kan ook in de longen of de hersenen terecht komen. Waar dan ook groeit hij verder uit tot een cyste, een met vocht gevuld blaasje. Dat deelt zich op zijn beurt net zo vaak tot het een gezwel vormt, dat dwars door allerlei weefsels heen kan groeien en zo in bijvoorbeeld de lever terecht kan komen. De muizen of andere aangetaste prooidieren worden ziek en traag en vormen zo een makkelijke buit voor de vos. Met het vlees krijgt die de larven binnen, welke in zijn darm volwassen worden en op hun beurt eitjes produceren.

Vossen, honden en katten zijn zogeheten eindgastheren en hebben zelf geen of weinig last van de lintworm.

Wanneer een mens besmet raakt, kan het jaren duren voor de eerste klachten optreden: pijn rechtsboven in de buik (waar de lever zit), misselijkheid, braken enz..De incubatietijd kan oplopen tot 15 jaar. Vaak wordt in eerste instantie gedacht aan leverkanker. Bloedonderzoek moet uitwijzen wat er aan de hand is of er spreke is van zogeheten Alveolaire echinokkose.

Tot nu toe zijn er geen besmette vossen gevangen hier in Groningen en Drenthe. Het RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft dit najaar jagers en wildbeheerders in onze omgeving gevraagd om mee te werken aan een onderzoek naar de verspreiding van de vossenlintworm. Daarvoor laat het RIVM gevonden en geschoten vossen ophalen om ze nader te kunnen controleren.

Een paar jaar geleden heb ‘Eetbare Natuur ’geschreven, een boek over wat je zoal uit de natuur kunt halen. Alles wat ik beschreef wilde ik ook zelf gegeten hebben. Vos komt er ook in voor. Toen een vriendin hoorde dat ik vos wilde eten riep ze: ‘Vossenstaartsoep!’ Dus maakte ik van de staarten soep met de groentes zoals ik die normaliter in ossenstaartsoep gebruik:

(V)ossenstaartsoep

2 (v)ossentaarten

25 g boter

2 plakjes mager spek

1 winterwortel, in schijfjes

1 kleine knolraap, in schijven

1 uien, in ringen

1 prei, in ringen

3 bleekselderijstengels, in stukjes

bouquet garni

1 laurierblad

6 peperkorrels

2 kruidnagels

zout naar smaak

1 liter water

1 eetlepel tomatenketchup

1 klein glas port of Madeira

Snij de staarten door bij de gewrichten. Bak ze even aan in boter. Doe de groenten en de kruiden erbij en zoveel water, dat alles onder staat. Breng dit aan de kook en voeg zout toe. Haal eventueel schuim eraf. Laat het 4 uur trekken, of langer tot de staarten gaar zijn. (Ik heb de soep een hele nacht in de oven op 110°C gezet.) Zeef de soep, haal het vlees van de botjes en doe dat terug in het vocht. Maak de soep af op smaak met ketchup en port.

Eet smakelijk!