Spreeuwen

Bewoners en toeristen van het centrum van Rome worden geplaagd door een spreeuwenplaag en ook in grote steden in ons land heeft men steeds vaker last van die vogels. De beesten poepen de boel onder, auto’s raken bedekt met drek, de derrie maakt stoepen en wegen spiegelglad én het stinkt. Tegen zonsondergang verzamelen de spreeuwen zich boven bomen waar ze later met zijn allen gezellig de nacht gaan doorbrengen, eenieder op zijn eigen vaste plek. Boven sommige pleinen in Rome hangen dan zo’n omvangrijke wolken spreeuwen dat je beter een paraplu kunt opsteken, zelfs bij droog weer. Wij hebben dat ervaren toen we laatst in de Eeuwige Stad waren. Desalniettemin hebben we genoten van de prachtige, fantasievolle formaties die de gigantische zwermen kunnen aannemen. Schijnbaar moeiteloos verandert een slingerende, golvende zwerm in hoog tempo zowel van vorm als van richting. In zo’n sliert kunnen duizenden spreeuwen vliegen, het hoogst getelde aantal is 19.000! Toch zie je tijdens de kunstige manoeuvres nooit twee vogels tegen elkaar botsen en dat in die drukte, zonder leider ook nog. Kennelijk een kwestie van zelforganisatie.

Hoe presteren ze dat?

Met hogesnelheidscamera’s zijn videobeelden gemaakt van het gedrag van individuen in een zwerm. Uit driedimensionale reconstructies van de opnames blijkt dat elke spreeuw zich richt op zes tot zeven vogels in zijn naaste omgeving: hij stemt zijn vlieggedrag af op dat van de buren. Onder elkaar houden ze een afstand aan die varieert van een halve tot twee meter. Aan de rand van de zwerm vliegen ze dichter op elkaar dan in het midden. Hun snelheid blijft min of meer gelijk. Door het tempo aan elkaar aan te passen en bovendien de onderlinge afstand tijdens koersveranderingen zo constant mogelijk te houden vermijden ze aanvaringen.

Computermodellen kunnen met een beperkt aantal regels het gecompliceerde gedrag in verscheidenheid aan zwermpatronen natuurgetrouw nabootsen. Ook in zo’n model krijgt ieder individu de neiging te versnellen of te vertragen zodra de afstand een bepaald maximum of minimum bedraagt. De minimumafstand is ingebouwd en is ongeveer veertig centimeter, gelijk aan de spanwijdte van een echte spreeuw. Uit de gemiddelde positie van de buren halen de gesimuleerde vogels eveneens informatie voor de vorm van de zwerm, over koersveranderingen en de hoogte waarop gevlogen wordt. Of de spreeuwen werkelijk volgens dit computermodel vliegen is niet bekend.

En waarom vormen ze een zwerm?

Ook dat weten de wetenschappers nog niet zeker. Men neemt aan dat een individu zich binnen een zwerm veilig waant. Je ziet dikwijls dat de enkeling die zich er buiten waagt gegrepen wordt door een sperwer. Maar van de andere kant vermoedt men dat roofvogels, die een zwerm aan willen vallen, lijden aan keuzestress: ze raken in de war door het enorme aantal potentiële prooidieren.

Uit onderzoek in Rome blijkt dat afzonderlijke zwermen communiceren over mogelijke predatoren en die informatie verwerken in hun zwermgedrag, door vorm- of koersveranderingen bijvoorbeeld.

Spreeuwen komen het hele jaar door hier in Nederland voor. In het najaar trekt een deel van de broedvogels naar het zuiden weg, migranten uit koudere streken nemen dan hun plek in.

Net als alle andere inheemse vogels van de Europese Unie zijn ze beschermd. Je mag alleen actie ondernemen als de vogels ernstige (economische) schade veroorzaken, wanneer spreeuwen kersenboomgaarden leeg vreten bijvoorbeeld. Afschieten moet dan echt het laatste redmiddel wezen. Weggooien van het geschoten wild is zonde. Laten we ze opeten, dat werd vroeger immers ook gedaan. We kennen allemaal de spreeuwenpot met het gat achterin om jonge spreeuwen te ‘oogsten’. In Engelbert staat een kerkje met in de muur ingebouwde nestholtes, waaruit de pastoor zijn spreeuwtjes kon halen. Zijn huishoudster maakte er pastei of ragout van. Drie à vier per persoon had ze nodig, het zijn kleine vogeltjes. Ze had ook het liefst jonkies. Hun veren zijn nog niet uitgehard, waardoor ze makkelijk te plukken zijn.

Hier een recept uit Frankrijk (voor 6 personen):

Salmis d’étourneaux, spreeuwenstoofpot:

18 tot 24 spreeuwen, geplukt, ingewanden verwijderd en schoongemaakt

olijfolie

1 ui, in ringen

1 sjalot, in ringen

2 eetlepels bloem

tijm, vers of gedroogd, naar smaak

1 laurierblad

rode wijn

150 gr gerookt mager spek, in blokjes

24 zwarte olijven zonder pit

zout

Verwarm een scheutje olijfolie in een gietijzeren of andere zware braadpan. Fruit daarin ui en sjalot. Voeg de vogeltjes toe en bak ze rondom aan. Sprenkel hier de bloem overheen, voeg tijm en laurierblad toe en giet er genoeg wijn bij om de vogeltjes te bedekken. Breng dit aan de kook en bak ondertussen in een andere pan de spekblokjes aan en doe die vervolgens bij de rest.

Laat dit op zacht vuur een uur sudderen. Neem dan het deksel van de pan, voeg de olijven toe en laat de saus indikken. Proef het geheel (olijven kunnen erg zout zijn) en voeg indien nodig wat zout toe.

Serveer met gekookte aardappeltjes, tagliatelle, couscous of iets dergelijks.

PS. Bij gebrek aan spreeuwen kun je varkensvlees gebruiken (900 gr).

Eet smakelijk.