Je ziet ze vaak vliegen, in V-formatie, ganzen en ook andere grote vogels. Dat doen ze om energie te sparen staat in heel veel van de ongeveer 20.000 hits op Internet, waar men elkaar soms letterlijk papegaait.
Het zit zo: tijdens het vliegen ontwikkelen zich, door drukverschillen onder en boven de vleugels, bij de vleugelpunten van vogels (en ook van vliegtuigen) wervelingen. Bij de rechter vleugel draait zo’n wervel van achteren gezien links om en bij de linker vleugel rechtsom. Daardoor komt rechts en links binnen de vleugelpunten een neerwaartse stroming tot stand en buiten de vleugelpunten, naast de vogel, ontstaat een opwaartse stroming. Van dat laatste profiteert degene die er schuin achter vliegt, hij lift er als het ware op mee. De afstand tussen de vleugelpunten van de in V-vorm vliegende vogels bedraagt vrij constant zeventien centimeter, met een afwijking van hooguit plus of min twee centimeter.
Tot nu toe zijn er bij ganzen geen metingen gedaan waaruit het energetisch voordeel echt blijkt. Wel is het duidelijk dat de vleugelslagfrequentie van een vogel die achter in de formatie vliegt lager is dan die van de vogel op kop. Daarom is energiebesparing een plausibele verklaring voor dit vlieggedrag, maar écht bewezen is het nog niet.
Je ziet ze steeds vaker vliegen, die ganzen. Er zijn er hier in het land zó veel dat men begint te klagen. De dieren zouden overlast bezorgen, in de lente doen ze zich tegoed aan het jonge gras en ze vreten de natuur kaal. En af en toe komt een domme gans in aanvaring met een vliegtuig. Het devies is ‘beheren’, een eufemisme voor uit de weg ruimen, afschieten. Maar doe dan iets zinnigs met die omgebrachte dieren, niet vernietigen of tot diervoeder verwerken. Het vlees van wilde gans is een natuurproduct, lekker, mager. Poten kun je stoven, ganzenborst bakken als biefstuk of roken. Of je vult, net als mijn moeder vroeger, een gans van een kilo of vijf met appels en zet hem minstens zeven uur in de oven te stoven. Mams kwam uit Kerkrade, daar is de g zo zacht dat ie klinkt als een j. Zij zei:’Unne joet jebratene janse is unne joete jabe Jottes’. En voorwaar, een goed gebraden gans is een goede gave Gods!
