Dans
Nu, in de winter, zitten duizenden bijen in een tros rond de koningin in de kast. Ze houden elkaar warm door met hun vliegspieren te trillen en teren in op de opgeslagen voorraad honing en stuifmeel. Af en toe wisselen ze van plaats: de koude buitenste bijen dringen naar het warme centrum. Wanneer de buitemperatuur boven de 8˚C stijgt maken ze een reinigingsvlucht, waarbij ze hun darmen ontlasten.
Wanneer de dagen beginnen te lengen, gaat de koningin weer zoetjes aan aan de leg en moeten werksters op zoek naar stuifmeel, het voer voor het broed. Verkenners gaan op zoek naar bloeiende planten. Zodra ze weer in de kast zijn ‘vertellen’ ze door een dansje uit te voeren op een van de raten wat ze hebben gevonden en waar. Aan de vorm van de dans kunnen de anderen zien hoever de voedselbron van hun kast verwijderd is: is de afstand minder dan 75 meter, dan maakt de verkenner een rondedans.

Is de afstand tot de voerplaats verder weg dan maken ze een kwispeldans. De verkenner danst daarbij in een achtvorm. Ze maakt eerst een kring naar links, loopt een eindje rechtdoor en maakt dan een kring naar rechts. Op het rechte stuk kwispelt ze met haar achterlijf. Hoe enthousiaster dat gekwispel, des te belangrijker is de voedselbron. De lengte van het rechte stuk (en dus het aantal kwispels) plus een infrasoon geluisignaal vormen een indicatie van de afstand.

Geluid
Ligt de voedselbron bijvoorbeeld op een afstand van 150 meter, dan maakt de verkenner series geluiden met een frequentie van zo’n 200 Hertz, die elk een halve seconde duren. Bij een afstand van ongeveer een kilometer is de duur van het herhaalde signaal twee secondes en ligt de frequentie rond de 400 Hz.
Met de kwispeldans wordt ook de oriëntatie waarin de voerplaats te vinden is, gegeven. De as gevormd door het eindje dat de bij in de achtfiguur rechtdoor loopt en kwispelt geeft een hoek aan tussen de kast en het gevonden voer ten opzichte van de zon. Staat dat voer, vanuit de kast gezien, in dezelfde richting als de zon, dan loopt de bij recht omhoog over de verticaal hangende raat. Maar, is het voer bijvoorbeeld gevonden op 60˚ links van de zon, dan zal de as van de kwispeldans ook op 60˚ liggen naar links ten opzichte van recht omhoog. De zonnestand verandert in de loop van de dag en de hoek van de kwispeldans, die dezelfde voerplaats aangeeft, verandert dus mee.
Geur
Behalve met dans- en geluidssignalen communiceren bijen ook nog met feromonen, geurtjes. Daarvan zijn er tot nu toe 15 verschillende bij bijenvolken ontdekt. Een ervan is het alarmferomoon, dat wordt aangemaakt door een klier vlakbij de angel en vrijkomt als er wordt gestoken. Andere bijen vangen die geur op en worden erdoor gemotiveerd de ‘vijand’ aan te vallen.

Een van de eerst ontdekte feromonen is het Nasonov-feromoon, een bloemig geurtje dat helpt bij het terugvinden van de korf. Het wordt verspreid bij het stertselen: bijen staan op de plank voor de kast te wapperen met hun vleugeltjes en daarbij staat hun achterlijf omhoog. De Nasonovklier komt dan bloot te liggen waaruit de geur vrij kan komen.
(Staan de bijen op de plank met hun vleugeltjes te wapperen met het achterlijf omláág, dan zijn ze de kast aan het ventileren.)
Recept:
Witlof met honing (2 personen)
2 struikjes witlof
boter
1 eetlepel vloeibare honing
1 theelepel tijm
Haal lelijke bladeren van de witlof weg en snij het bittere hart eruit.
Halveer de stronkjes in de lengte.
Smelt een klontje boter op laag vuur.
Leg, zodra her schuim is weggetrokken, de groeten met de doorgesneden kant in de boter.
Giet er honing overheen en strooi er tijm over.
Laat de groente zachtjes gaar smoren met de deksel op de pan.
(Mocht de honing versuikerd zijn, zet hem dan met pot en al in een kommetje heet water of heel kort in de magnetron.)
