Ontwerp
Voor de opslag van voedsel en als kraamkamer voor jong broed maken bijen cellen, van was: de bijenraat. Al in de oudheid verbaasden Griekse wiskundigen zich over de prachtige zeshoekige structuur ervan. Sommige geleerden wijdden zelfs hun hele leven aan de studie van honingraten en kwamen tot de slotsom dat bijen voor dit ontwerp een ‘zeker wiskundig beraad’ bezitten. De regelmatige zeshoeken, waaruit de raten bestaan, zijn namelijk de beste oplossing om een ruimte in gelijke delen te verdelen, met zo min mogelijk was: een architectonisch hoogstandje. Pas eind vorige eeuw levert Thomas Hales het wiskundig bewijs voor dit vraagstuk!
van rond naar zeshoek

Tegenwoordig is men ervan overtuigd dat het ontwerp van de bijenraat allerlei bouwkundige voordelen heeft vanwege de grote sterkte en stevigheid en dat bij een spaarzaam gebruik van materiaal. In Japan worden er experimentele zeshoekige aardbeving bestendige gebouwen ontwikkeld. In de auto-industrie zijn deuren botsbestendig gemaakt door ze op te vullen met een lichte bijenraatconstructie. En winterbanden hebben steeds vaker een honingraatprofiel voor meer grip bij sneeuw en gladheid. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het materiaalzuinige bouwontwerp van de bijen kan toegepast worden.
Materiaal
Bijen bouwen met was. Om hun kunstwerk te kunnen realiseren produceren twaalf tot achttien dagen oude jonge werksters wasplaatjes. Onderaan hun achterlijf zitten tussen de segmenten vier wasklieren die die wasplaatjes produceren. Met de achterpoten brengen ze die naar de mond, waar ze de plaatjes met speeksel mengen en kneden tot ze de juiste consistentie hebben om als bouwmateriaal te kunnen fungeren.
Om een indruk te krijgen van de materiaalkosten hier wat cijfers:
Bijenwas bestaat uit ongeveer 300 bestanddelen, waaronder verschillende koolwaterstoffen en geurstoffen.
175 Verschillende landbouwchemicaliën schijnen er soms in te zitten
1000 Plaatjes zijn goed voor een gram was.
Voor een kilogram was is ongeveer 8,4 kilogram honing nodig.
Met die ene kilo was bouwen de bijen 79.000 cellen.
Daaraan werken ze met zijn allen zo’n 66.000 uur. Een volk telt tussen de 30.000 en 60.000 werksters.
In die cellen kunnen ze later zo’n 22 kilo honing opbergen.
Gereedschap
Voor de bouw beschikken de werksters over allerlei ingebouwd, nuttig vakgereedschap. Ze hebben een kompas, schietlood en ook een duimstok.
In het achterlijf en in de antennes zitten deeltjes ijzeroxide, magnetiet, waardoor de bijen gevoelig zijn voor het aardmagnetisch veld en elektromagnetische (radio)golven: het kompas, waarmee ze de richting waarin de raten gebouwd worden bepalen.
Tussen kop en borststuk, en tussen voor- en achterlijf zitten twee puntvormige verbindingen die omringd zijn door zintuigharen. Beide verbindingen kunnen als schietlood gebruikt worden. In verticale positie balanceert de kop bijvoorbeeld boven het zwaartepunt, maar zodra de positie verandert waarschuwen de zintuighaartjes dat de bij niet loodrecht bezig is: het schietlood waarmee ze precies verticaal kan werken.
De afstand tussen haar voelsprieten, haar poten of haar paslengte doet dienst als duimstok.
Bouw
Voor ze met de bouw beginnen, zorgen de bijen ervoor dat de omstandigheden optimaal zijn. Om de was prettig te kunnen verwerken is vooral de bouwtemperatuur belangrijk. Door dicht bij elkaar te gaan zitten trillen met hun vliegspieren (zonder de vleugels te bewegen) zorgen ze ervoor dat die temperatuur tussen de 33,6 en 37,6 graden ligt. Dan gaan ze met de goed voorgekauwde was cellen maken.
Voor het gemak van de bijen geven moderne imkers hen houten ramen, waarin een dunne plaat was is aangebracht voorgedrukt met een stramien van zeshoeken. Die ramen worden loodrecht en op een regelmatige afstand van elkaar in de bijenkast opgehangen. Maar ook zonder menselijke hulp, in het wild, hangen de raten zuiver verticaal naast elkaar op een onderlinge afstand van precies een bij dikte.
Een raat wordt aan beide kanten van boven naar beneden opgebouwd. Ook zonder hulpmiddel van een imker beginnen de bijen op een solide ondergrond in een golvend patroon halve cirkels van was af te zetten die ze uitbouwen tot kokers, allen met eenzelfde diameter. De kokers zetten ze naast en op elkaar onder een hoek van 13 graden ten opzichte van de middenwand, zo loopt straks de honing er makkelijk tot het uiterste puntje in. Bovendien verspringen de cellen aan beide kanten van de raat ten aanzien van elkaar, met horizontaal ongeveer een halve en verticaal een kwart celdiameter.
verspringende cellen

De hele constructie wordt met een ongelooflijke precisie uitgevoerd. De inhoud van iedere standaard cel is 234 kubieke mm, de diepte 10 mm en de breedte 5,4 mm. De wanddiktes van 0,073 mm hebben een variatie van hooguit plus of min 0,002 mm. Met hun poten kloppen de werksters de kokers uit te tot de gewenste wanddikte is bereikt. Om te bepalen of ze goed bezig zijn, slaan ze met hun kaken een deuk in de wand en voelen met de antennes de kracht waarmee de was terugveert. Die kracht is de maat voor de dikte. Eventueel gebruiken ze hun kaken om wat was weg te schrapen om de wand dunner te maken. Ze gaan door met kloppen en schrapen tot alle ruimte tussen de kokers is opgevuld. Zo ontstaat die zeshoekige celvorm, die zoveel geleerden door de eeuwen heen heeft gefascineerd.
Maatvoering
Wanneer ze de honing gaan oogsten, willen imkers niet dat die bevuild is met eitjes of larven. Daarom leggen ze een zogeheten moerrooster tussen de honing- en de broedkamer, de ruimte waar de koningin of moer zoals ze ook wel wordt genoemd, eieren legt. Zij kan zich niet door het rooster wurmen en blijft noodgedwongen in de haar toegewezen broedkamer in de weer. Werksters kunnen zich overal vrij bewegen.
In de broedkamer worden onderaan de raat iets grotere cellen met iets dikkere wanden gebouwd dan die voor de werksters. Ze zijn voor het opfokken van darren, de mannetjes bijen. Zo bepalen de werksters of een bij mannelijk of vrouwelijk wordt.
De heren werken niet. Tijdens de bruidsvlucht van een jonge koningin mogen ze proberen met haar te paren. Dat is het enige levensdoel van de kerels. Lukt dat, dan sterft de gelukkige meteen na de daad. Aan het eind van de zomer ruimen de werksters de boel op en jagen de darren de kast uit.
Darren komen voort uit onbevruchte eieren, de werksters en de koningin uit bevruchte. Een bevruchte larve wordt koningin of moer, zoals ze ook wel wordt genoemd, omdat ze door de werksters is groot gebracht met enorme hoeveelheden extra voedzaam, vet- en eiwitrijk koninginnengelei. Voor haar wordt een aparte moerdop aan de rand van de raat gebouwd. Na haar geboorte wordt die snel opgeruimd.
Een koningin paart maar een keer in haar leven, daarna is zij in staat meerdere jaren bevruchte eieren te leggen In haar achterlijf heeft ze een zakje, waarin het zaad wordt opgeslagen. Het zakje mondt uit in de twee eileiders.
De enige taak van een koningin is eieren leggen, bevrucht of onbevrucht. Daartoe steekt ze haar achterlijf in een cel en legt daar een eitje. Is die cel bedoeld voor een aanstaande werkster, dan is die vrij nauw en past haar achterlijf er strak in. Als ze zich terugtrekt, komt dat achterlijf een beetje klem te zitten, daardoor wordt er op haar zaadzakje druk uitgeoefend en komt er zaad vrij: het eitje is bevrucht. Een darrencel daarentegen is zoveel groter dat er geen mechanische druk op het zaadzakje wordt uitgevoerd: het eitje blijft onbevrucht.
Recept
Vraag een imker om darrenbroed, enkele dagen voor het uitkomt. De meeste imkers snijden namelijk de darrencellen weg, omdat de gevreesde varroamijt een voorkeur heeft voor darrenbroed om zich in voort te planten. (Varroa destructor is een parasiet die onder andere het leer- en vliegvermogen van bijen aantast en bovendien bijenvirussen verspreidt.)
Snij verzegelde cellen open en schud de larven eruit. Als dat niet lukt zit er niets anders op dan ze er stuk voor stuk uit te peuteren met een pincet.
Wrijf eventuele varroamijten van de larven af met een stukje keukenpapier.
Bak wat uienringen glazig in een klontje boter.
Voeg de darren toe en bak ze in een paar minuten gaar.
Giet een beetje vloeibare honing over de larven en uien en
dien ze op op een toastje of in een krokant deegbakje.
Ze smaken als garnalen, maar een beetje zoetiger.
Eet smakelijk!
